Emissieregistratie

Gebruikswijzer cijfers

U kunt via deze website de emissies van relevante stoffen, voor alle compartimenten, per emissiebron op diverse ruimtelijke niveaus bekijken en exporteren. Onderstaande tabellen geven een overzicht van de beschikbare ruimtelijke niveaus per compartiment per jaar.

Beschikbare ruimtelijke verdelingen

Compartiment lucht IPCC

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +

Compartiment lucht

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +
Provincie + + + + + + + +
Gemeente + + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + + +
Vierkant (1x1 km) - - - - - + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + + +

Compartiment emissie op riool (en oppervlaktewater)

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + + +
Provincie + + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + + +

Compartiment belasting naar oppervlaktewater

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + + +

Compartiment bodem

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +
Provincie + + + + + + + +
Gemeente + + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + + +

Embargosheet

In principe worden de emissiedata op nationaal of regionaal niveau getoond. Soms ontbreekt echter de emissie van een stof voor een specifieke doelgroep, omdat er onvoldoende gegevens bekend zijn of de betrouwbaarheid van de beschikbare gegevens te laag is. Ook komt het voor dat de verdeling over Nederland onvoldoende bekend is. In dat geval vindt u de verdeling alleen voor een aantal (sub)doelgroepen en niet voor het nationaal totaal. Onderstaande embargosheet geeft een overzicht van deze uitzonderingen.

Legenda embargosheet:

  • Geen beperkingen logo  informatie wordt getoond
  • Niet getoond logo  informatie wordt op dit niveau niet getoond
  • Gebruiksbeperking logo  informatie wordt beperkt getoond (toegelicht in de voetnoot en als een zogenaamde ‘tooltip’, zichtbaar wanneer u met de muis het symbool aanwijst).

Belangrijk gevolg van een embargo is dat er ‘gaten’ ontstaan in de emissietabel. Een optelling van alle emissies op een lager niveau, bijvoorbeeld het niveau van emissieoorzaak levert dan een lager totaal op dan dezelfde optelling op doelgroepniveau!

Stof NL totaal NL per (sub-) doelgroep NL per emissieoorzaak Geregionali
seerd totaal
Geregionali
seerd per (sub)doelgroep
Geregionali
seerd per emissieoorzaak
Puntbron
Broeikasgassen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Geen beperkingen logo
Broeikasgassen naar lucht volgens IPCC Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Niet getoond logo Niet getoond logo Niet getoond logo n.v.t.
NEC stoffen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
EMEP/UNECE stoffen naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Prioritaire stoffen  naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Alle stoffen naar water Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Geen beperkingen logo
N- en P-totaal naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo n.v.t.
Cu, Cd, Zn en Pb naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo4 Gebruiksbeperking logo4 Gebruiksbeperking logo4 n.v.t.
  1. Grootste detailniveau (1x1 km) alleen beschikbaar voor CO2, NH3, NOx, PM10 en SO2, tot op subdoelgroepniveau voor 2015, 2016 en 2017. Lucht_landbouw: a) voor NH3 tot op doelgroepniveau voor 2000 en 2005, en tot op subdoelgroepniveau voor 2010, 2015, 2016 en 2017; b) voor CH4 en N2O alleen verdeling voor 2015, 2016 en 2017; c) voor PM10 en PM2,5 (fijn stof) alleen verdeling voor 2010, 2015, 2016 en 2017; d) voor gewasbeschermingsmiddelen alleen verdeling voor 2005, 2010, 2015, 2016 en 2017 tot op gemeenteniveau. Afvalverwijdering (CH4, NH3, NOx , N2O, SO2) alleen verdeling voor 2010, 2015, 2016 en 2017.
  2. Zie MNP-rapport 5000800010/2007 Notitie Prioritaire Stoffen 1990-2005 Bijlage I (tabel B1) en tabel hieronder.
  3. Gewasbeschermingsmiddelen alleen voor 2005, 2010, 2015, 2016 en 2017, wordt uitsluitend getoond voor middelen met landelijk totale belasting oppervlaktewater >=10kg.
  4. Landbouw (bodem): ruimtelijke toedeling tot op niveau van gemeente.
Embargo emissies lucht 2014

Terug

Verklaring ontwikkeling emissies

Broeikasgasemissies 1990-2017

CO2-equivalenten

Om de invloed van de verschillende broeikasgassen te kunnen optellen, worden emissiecijfers omgerekend naar CO2-equivalenten. De omrekening is gebaseerd op het ‘Global Warming Potential’ (GWP), dat is de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. EĂ©n kg CO2-equivalent staat gelijk aan het effect dat de emissie(uitstoot) van 1 kg CO2 heeft. De emissie van 1 kg lachgas (N2O, distikstofoxide) staat gelijk aan 298 kg CO2-equivalenten en de emissie van 1 kg methaan (CH4) aan 25 kg CO2- equivalenten. De GWP’s van fluorhoudende gassen variĂ«ren nogal en kunnen zeer groot zijn. Bijvoorbeeld, 1 kg zwavelhexafluoride (SF6) staat gelijk aan 22 800 kg CO2-equivalenten.

Wijzigingen reeksen 1990-2017 ten opzichte van de reeksen 1990-2016.

Vanwege door het CBS aangebrachte correcties is het aardgasverbruik door de chemische industrie voor de periode 2012-2017 naar boven toe bijgesteld. Dit heeft ook geleid tot correcties van de CO2 uitstoot in dezelfde periode(zie tabel hieronder).

Jaar Correctie CO2 uitstoot
2012 + 0,9 Mton
2013 + 1,0 Mton
2014 + 1,3 Mton
2015 + 1,6 Mton
2016 + 1,3 Mton

Door toevoeging van een tot nog toe onbekende bron is de N2O emissie van de Chemische industrie voor de gehele reeks naar boven toe bijgesteld. Dit heeft geresulteerd in een stijging van de N2O emissie van 0,24 Mton CO2-eq in 1990 en circa 0,4 Mton CO2-eq in 2016.
Een methodewijziging bij de bepaling van HFK emissies door het gebruik van HFK’s in Stationaire koeling heeft geleid tot nieuwe HFK emissies (minus 0,4 - 0,6 Mton CO2-eq).voor de periode 2013-2016.

Broeikasgassen totaal

De totale emissie van broeikasgassen is in 2017 ten opzichte van 2016 afgenomen van 195,8 naar 193,7 Mton CO2-eq. Dit is 1,1 procent lager dan in 2016 en 13 procent lager dan in 1990. De daling in 2017 komt vooral door de afname van de CO2 emissie. De overige broeikasgassen zijn licht gedaald.

CO2

De totale emissie van CO2 (koolstofdioxide) is in 2017 ten opzichte van 2016 met bijna 2 Mton afgenomen tot 164,9 Mton. De daling komt vooral doordat er minder steenkool en meer aardgas is ingezet voor de elektriciteitsproductie.
De uitstoot van CO2 was in 2017 1 procent hoger dan in 1990, terwijl de sectoren die deze uitstoot veroorzaken steeds omvangrijker zijn geworden. De CO2 emissie is niet meegestegen met de groei van deze sectoren.
Deze vermeden emissies zijn het gevolg van onder andere:

  • verhoging rendement elektriciteitscentrales;
  • energiebesparingsmaatregelen binnen de industrie;
  • meer elektriciteitsproductie uit wind;
  • minder gebruik fossiele brandstof per afgelegde kilometer;
  • betere isolatie en een grotere inzet van hoogrendementsketels in woningen en bedrijfsgebouwen.

De fluctuaties in de emissie van CO2 worden sterk bepaald door:

  • de temperatuur in de wintermaanden in verband met de verwarming van woningen, gebouwen en de kassen;
  • de hoeveelheid elektriciteit die in een jaar wordt geproduceerd in Nederland; deze is vooral afhankelijk van marktomstandigheden; Als die minder gunstig zijn, zoals in de periode 2010-2013, dan wordt er minder geproduceerd en meer geimporteerd (vooral vanuit Duitsland);
  • de inzet van steenkool als brandstof in de elektriciteitscentrales; vooral in 2014 en 2015 zien we een toename hiervan;
  • grenstanken en verkeersvolume;

Overige broeikasgassen

De totale emissie van CH4 (methaan) is in 2017 ten opzichte van 2016 met 0,3 Mton CO2-eq afgenomen. Deze afname wordt voor 0,2 Mton CO2-eq, veroorzaakt door een verdere afname van de CH4 (methaan) emissie uit stortplaatsen en een reductie van 0,06 Mton CO2-eq, bij het transport van aardgas. Beide subsectoren behoren tot de sector Industrie.
Met een totale emissie van 18 Mton CO2-eq in 2017 is de emissie van CH4 ten opzichte van 1990 (31,8 Mton CO2-eq) met 43% (13,8 Mton CO2-eq) gedaald. Het grootste deel van deze daling, 11,1 Mton CO2-eq, is het gevolg van de afname van emissies uit stortplaatsen (sector industrie). Daarnaast heeft er ook een daling van 1,2 Mton CO2-eq plaatsgevonden in de landbouwsector en 1,2 Mton CO2-eq in de subsector olie- en gaswinning (sector industrie). De daling in de landbouwsector wordt met name veroorzaakt door een afname van de dieraantallen en minder gebruik van dierlijke mest. Na 2006 is de daling in de landbouwsector omgeslagen in een lichte stijging door vooral een toename van de dieraantallen. Bij de olie- en gaswinning zijn door het nemen van maatregelen de emissies als gevolg van het afblazen van ruw aardgas afgenomen.

Ten opzichte van 2016 is de emissie van N2O (distikstofoxide, ook wel lachgas genoemd) in 2017 met 3 procent (0,21 Mton CO2-eq) toegenomen. Ondanks een afname van de dieraantallen steeg de emissie in de landbouwsector met 0,16 Mton CO2-eq door een toename van het stikstof gehalte in de mest. In de chemische industrie (sector industrie) steeg de emissie met 0.05 Mton CO2-eq door een toename van de caprolactam productie.
De emissie van N2O in 2017 is ten opzichte van 1990 met ongeveer 52 procent gedaald tot 8,7 Mton CO2-eq. Deze daling is met name gerealiseerd in de chemische industrie (5,8 Mton CO2-eq) en de landbouwsector (3,9 Mton CO2-eq). De afname van de emissie in de chemische industrie(sector industrie) is het gevolg van N2O-reductiemaatregelen bij de productie van salpeterzuur in 2006 en 2007. De daling in de landbouwsector kent verschillende oorzaken te weten: afname van dieraantallen, minder gebruik van zowel kunstmest als dierlijke mest en een lagere N-emissie per dier door een lager N-gehalte in het voer. De laatste jaren is de emissie omgeslagen in een lichte stijging door vooral een toename van de dieraantallen.

De emissie van de fluorhoudende gassen HFK's, PFK's(incl. NF3) en SF6 (ook wel F-gassen genoemd) is in 2017 ten opzichte van 2016 licht gedaald van 2,1 naar 2,0 Mton CO2-eq. Hiervan is 1,8 Mton CO2-eq afkomstig van HFK's, 0,08 Mton CO2-eq van PFK's en 0,13 Mton CO2-eq van SF6. Door maatregelen bij de productie van halfgeleiders(sector industrie) zijn de PFK emissies in 2017 gehalveerd ten opzichte van 2016.
In 2017 is de totale uitstoot van F-gassen ten opzichte van 1990 met 76 procent gedaald tot 2,0 Mton CO2-eq. De afname van de emissie van F-gassen is vooral het gevolg van reductiemaatregelen die getroffen zijn in het kader van het Reductieplan Overige Broeikasgassen (1999-2012).

Voor meer informatie zie "Compendium voor de leefomgeving":
Broeikasgasemissies in Nederland

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2017

Emissies volgens de NEC-richtlijn

De in deze tabel opgenomen cijfers zijn emissies die voldoen aan de internationale rapportageverplichtingen volgens de NEC-richtlijn. De emissies van zeescheepvaart vallen niet onder de NEC-richtlijn.
Naast deze cijfers wordt er door Nederland op grond van de “Convention on Long-Range Transboundary Air Pollution (CLRTAP)” jaarlijks emissies (NFR-tabellen) en een bijbehorende rapportage, het “Informative Inventory Report (IIR)” aan EMEP/EEA geleverd. De cijfers die aan EMEP/EEA worden geleverd wijken iets af van de emissies volgens de NEC-richtlijn.
Het verschil tussen beide leveringen wordt veroorzaakt door de emissiebron Wegverkeer van de sector Verkeer en Vervoer. Volgens de NEC-richtlijn wordt deze bepaald op basis van het berekende brandstof verbruik (Fuel Used) en voor CLRTAP op basis van de brandstofafzet (Fuel Sold).

Wijzigingen 1990-2017 reeksen ten opzichte van de 1990-2016 reeksen.

In de landbouwsector zijn in de 1990-2017 reeksen ten opzichte van de 1990-2016 reeksen de volgende bronnen toegevoegd:

  • Deze ronde zijn er voor de eerste keer NMVOS emissies vanuit de landbouw berekend en opgenomen als nieuwe bronnen. NMVOS emissies komen voornamelijk uit de opslag en toediening van mest en kuilvoer.
  • een aantal NOx bronnen die tot nu nog niet onder de NEC-richtlijn waren opgenomen zijn nu wel opgenomen.

De NH3 en NOx emissies van mestbewerking en verwerking zijn als nieuwe bronnen opgenomen onder Afvalverwijdering. Bovenstaande wijzigingen hebben geresulteerd in een (flinke) bijstelling naar boven toe van de totale emissiereeksen van NH3, NOx en NMVOS. Dit heeft geleid tot onder meer de volgende correcties (zie tabel hieronder).

Stof   1990 2000 2005 2010 2015 2016
             
NH3 Correcties +1,2 +1,2 +1,3 +1,4 +3,5 +1,0
NOx Correcties +22,7 +16,8 +8,8 +9,1 +30,2 +32,6
NMVOS Correcties +102,8 +67,0 +79,3 +74,8 +106,4 +112,4
               
NH3 Nieuwe reeks 351,3 176,4 154,7 134,1 129,3 128,5
NOx Nieuwe reeks 629,3 440,6 381,1 311,7 265,3 253,8
NMVOS Nieuwe reeks 600,7 331,4 265,1 267,5 255,5 253,3

Onder meer door deze correcties liggen nu zowel NH3 als NMVOS boven het maximum (NH3: 128 kiloton; NMVOS:185 kton) dat vanuit Europa voor Nederland is bepaald.

Uitstoot ammoniak in 2017 gestegen

Ammoniak (NH3)

De emissie van ammoniak is in 2017 ten opzichte van 2016 met 3,9 kton toegenomen en ligt nu met 132,4 kiloton boven het maximum (128,0 kiloton) dat vanuit Europa voor Nederland is bepaald. Door het voeren van meer gras (t.o.v. mais), een grotere melkproductie en een hoger lichaamsgewicht van melkvee is de hoeveelheid N in de mest in 2017 gestegen. Deze stijging wordt echter door een kleinere veestapel enigszins gedempt.
Sinds 1990 zijn de emissies van NH3 gedaald van 351,3 kton naar 132,4 kton in 2017 (-62%). De afname tijdens de periode 1990-2013 is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting. Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er minder ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is. In 2014 is, na een jarenlange daling, de emissie van ammoniak weer toegenomen. De twee belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de groei van de melkveestapel en een hoger krachtvoergebruik bij melkkoeien.

Stikstofoxiden (NOx)

Ten opzichte van 2016 is de emissie van stikstofoxiden (NOx) in 2017 met 7,9 kton afgenomen tot 245,9 kton. Hierdoor ligt de emissie circa 14 kton onder het emissieplafond van 260 kton vanaf 2010. De daling in 2017 is vooral het gevolg van:

  • de emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen);(-/- 3,2 kton);
  • daling landbouwsector door minder inzet WKK in de tuinbouwsector (-/- 2,3 kton): dit wordt deels gecompenseerd door een stijging(+0,6 kton) van de procesemissies;
  • minder inzet van steenkool en meer inzet van aardgas in steenkoolcentrales (-/- 1,3 kton).


Gedurende de periode 1990-2017 zijn de NOx emissies gedaald van 629,3 kton naar 245,9 kton (-61%). Dit is vooral het gevolg van:

  • het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen);
  • genomen maatregelen, zoals SCR (Selectieve Catalytische Reductie) in de industrie, raffinaderijen en energiesector;
  • betere isolatie en een grotere inzet van hoogrendementsketels in woningen en bedrijfsgebouwen.

SO2-emissie

In 2017 is de SO2-emissie ten opzichte van 2016 afgenomen met 1,7 kton. Deze afname vond met name plaats in de energiesector door een lagere inzet van steenkool bij de elektriciteitsproductie.
Tijdens de periode 1990-2017 zijn de SO2-emissies gedaald van 193,7 kton naar 26,9 kton (-86%). Dit is nog steeds ruim onder het emissieplafond voor SO2 dat 50 kton bedraagt vanaf 2010.
In de periode 1990-2007 zijn de SO2-emissies vooral gedaald door het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) voor de energiesector, raffinaderijen en industrie en het verzuringsconvenant met de energiesector.
De maatregelen waarmee de reductie werd bereikt zijn:

  • rookgasreiniging bij raffinaderijen, de industrie en de energiesector;
  • overgang van olie- naar gasstook bij raffinaderijen en in de chemische industrie;
  • inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales.

De lagere SO2-emissie in periode 2007-2013 is vooral het gevolg van een overschakeling van oliestook naar gasstook bij de raffinaderijen. Naast de reductie in de bovengenoemde sectoren is de SO2-emissie van verkeer en vervoer afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen.

NMVOS emissies

Met name door meer verfverbruik in de industrie zijn de totale NMVOS-emissies ten opzichte van 2016 in 2017 licht toegenomen met ruim 0,7 kton.
De NMVOS-emissies zijn sinds 1990 (600,7 kton) met 58% gedaald tot een niveau van 254,1 kton in 2017. Dit is ruim boven het emissieplafond voor NMVOS dat 185 kton bedraagt vanaf 2010. De emissies zijn vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS (VROM, 2005). Daarnaast zijn de emissies in de verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt.

Fijn stof (PM10 en PM2,5)

Ten opzichte van 2016 zijn de PM10 en PM2,5 emissies in 2017 licht gedaald met respectievelijk 0,31 kton en 0,18 kton.
Sinds 1990 zijn de emissies van PM10 met circa 63% gedaald, van 71,9 kton in 1990 tot 26,8 kton in 2017. De emissie van de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) daalde met 72% van 49,5 kton in 1990 tot 13,9 kton in 2017. Alleen de emissies van PM2,5 vallen onder de herziene NEC-richtlijn. De afname van de emissies van PM10 en PM2,5 heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is vooral te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese emissie-eisen aan nieuwe auto's.

Voor meer informatie zie:

Compendium voor de Leefomgeving, Verzuring en grootschalige luchtverontreiniging, 1990-2017

Zeescheepvaart 1990-2017

Voor de modellering van de luchtkwaliteit zijn naast bovengenoemde emissies ook de emissies van de relatief grote bron Zeescheepvaart van belang. Onderstaande tabel geeft de emissies van Zeescheepvaart de periode 1990-2017:

Emissies Zeescheepvaart

Emissies in kiloton van 1990 t/m 2017, vastgesteld in januari 2019

Stof 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Ammoniak (NH3)0.010.010.010.020.010.020.020.01
Stikstofoxiden (NOx)88.590.9110.8123.8102.699.298.495.8
Zwaveldioxide (SO2)51.753.265.563.835.311.95.35.1
Niet-methaan-VOS (NM-VOS)2.72.83.43.72.93.23.02.9
Fijn stof (PM10)6.16.37.77.65.53.82.92.7
Fijn stof (PM2.5)5.86.07.37.25.23.62.72.6

Uit de tabel blijkt dat de SO2, PM10 en PM2,5 emissies van de zeescheepvaart flink zijn afgenomen sinds 2005. De belangrijkste oorzaken van deze flink lagere emissies zijn de lagere vaarsnelheden, waardoor minder brandstof wordt verbruikt en de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen voor schepen die varen op de Noordzee naar 1,5 procent. Verder is vanaf 2015 het maximale zwavelgehalte opnieuw drastisch verlaagd naar 0,1%.

Terug

Methoderapporten

Hoe de emissies naar lucht bepaald worden vindt u op hoofdlijnen besproken in de werkwijze. Een gedetailleerde uitleg staat in de zogenaamde methoderapporten. Tot slot vindt u in de zogenaamde factsheets hoe emissies naar water worden berekend.

Via de ingang documentatie kunt u al deze documenten inzien en doorzoeken met de zoekbalk bovenin.

Terug

Methodewijzigingen in de laatste ronde

De methoden voor het berekenen van de emissies worden beschreven in de methoderapporten (zie: documentatie). De berekening bestaat veelal uit een vermenigvuldiging van de omvang van een activiteit met een emissiefactor. Meestal verandert bij een methodewijziging de emissiefactor. Bij een methodewijziging worden de emissiecijfers voor alle jaren opnieuw berekend, zodat de getoonde trends consistent blijven. Het kan voorkomen dat de benodigde informatie voor de emissieberekening ontbreekt in een bepaald jaar. In die gevallen worden de emissies gekopieerd uit het voorgaande jaar (al dan niet geschaald voor economische groei). In deze gevallen spreken we niet van een methodewijziging.

Broeikasgasemissies 1990 - 2017

Door nieuwe inzichten zijn in de berekeningsmethoden voor emissie van broeikasgassen een aantal wijzigingen doorgevoerd die direct of indirect van invloed zijn op de emissiegrootte. Deze wijzigingen hebben betrekking op de tijdreeks 1990-2017:

In de emissieberekeningen van de sector Land Use and Land Use Change and Forestry (LULUCF) zijn 2 wijzigingen doorgevoerd:

  • De nieuwe bodemkaart 2014 is ingevoerd (CO2);
  • Toepassen van de landgebruikskaart 2017 (CO2).


De sector Verkeer en Vervoer zijn op basis van metingen de prestaties van Mobiele Werktuigen aangepast (CH4 en N2O).

Aan de sector Landbouw is de nieuwe emissieoorzaak “Mestbewerking en vergisting” toegevoegd waardoor er tevens wijzigingen zijn in de emissies van mest in stallen (CH4 en N2O). Verder zijn de N2O-emissies nu per diercategorie in de berekeningen.

Ten slotte zijn binnen de sector Consumenten bij de grootschalige luchtverontreiniging wijzigingen doorgevoerd die van invloed zijn op de NMVOS emissies en daarmee op de indirecte CO2 van NMVOS.

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2017


Bij de sector Consumenten zijn verschillende nieuwe inzichten in de emissieberekeningen doorgevoerd:

  • Voor NMVOS uit schoonmaakmiddelen in de methode nu gebaseerd op de schoonmaakfrequentie, hoeveelheid schoonmaakmiddel per schoonmaakbeurt en het NMVOS–gehalte in de schoonmaakmiddelen. Verder zijn meer schoonmaakproducten meegenomen (waaronder: vloerwas, allesreiniger, afwasmiddel en wasmiddel);
  • Cosmetica (NMVOS) worden nu per productgroep gebruikt in plaats van een generieke index. Hierdoor zijn effecten van productverkopen zichtbaar;
  • Aan de methode van emissies van Woningbranden is de hoeveelheid brandbaar materiaal in woningen en de omvang van een brand toegevoegd, tevens is overgestapt naar de default emissiefactoren voor stationaire verbranding uit het EMEP-Guidebook 2016 (heeft vooral betrekking op NH3, SOx, NOx, NMVOS, fijn stof, zware metalen, dioxinen, PAKs en hexachloorbenzeen);
  • Als nieuwe emissieoorzaak zijn de emissies van Vreugdevuren toegevoegd (NH3, SOx, NOx, NMVOS, fijn stof, zware metalen, dioxinen, PAKs en hexachloorbenzeen);
  • Bij de emissies van Sfeerverwarming van woningen is de emissiefactor voor PM10 aangepast en een emissiefactor voor NH3 toegevoegd;
  • Bij emissies van Vuurwerk is de emissiefactor van fijn stof (PM10 en PM2,5) een factor 3 hoger geworden zodat beter aangesloten wordt bij metingen.


In de sector Landbouw zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • De nieuwe emissieoorzaak “Mestbewerking en vergisting” toegevoegd waardoor er tevens wijzigingen zijn in de emissies van mest in stallen (NH3 en NOx);
  • De efficiĂ«ntie van luchtwassers op stallen is in de praktijk lager dan verwacht (NH3);
  • Als nieuwe emissiebron is de NMVOS emissie uit kuilvoer ingevoerd.


In de sector Verkeer en Vervoer zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • Op basis van metingen zijn nieuwe inzichten in de prestatiekenmerken van Binnenvaartschepen (NOx), Mobiele werktuigen (NOx), Diesellocomotieven (NOx), Oude benzine auto’s (NOx), Euro-VI vrachtauto’s (NOx) en Bromfietsen (PM en NOx) doorgevoerd;
  • Effecten van “Tampering” met roetfilters zijn meegenomen in de emissieberekeningen (PM10 en PM2,5);
  • Verder zijn er updates doorgevoerd in de modellering van binnenvaart en zeescheepvaart emissies (vooral NOx en fijn stof) .

Emissies en belasting van oppervlaktewater 1990-2017

De doorgevoerde methodewijzigingen vindt u in Toelichting definitieve dataset ER1990-2017.pdf.

Hier vindt u de samenvatting van de belangrijkste wijzigingen voor belasting van oppervlaktewater (KRW/OSPAR) en riolen.

  • Voor uit- en afspoeling door nutriĂ«nten vanuit het landelijk gebied zijn nieuwe emissieschattingen aan EmissieRegistratie toegevoegd. Hiervoor is het Landelijk Waterkwaliteitsmodel gebruikt in plaats van STONE;
  • Vanaf deze ronde zijn er emissies doorgerekend voor de afspoeling van het verharde oppervlak naar het riool voor N- en P-totaal;
  • Een enquĂȘte van Milieu Centraal laat zien dat 63% van de recreatievaart met koperhoudende antifouling rondvaart. De opnieuw doorberekende belasting is nu hoger dan in voorgaande jaren;
  • De emissies op het riool vanuit Atmosferische depositie zijn lager geworden, omdat het oppervlak verhard gerioleerd opnieuw is bepaald en lager uitvalt;
  • Zware metalen in effluent worden vanaf deze ronde alleen in de oneven jaren opgevraagd bij de waterschappen. Deze ronde zijn de vrachten in EmissieRegistratie afkomstig uit het elektronisch Milieujaarverslag of ze zijn doorgekopieerd uit vorige ronde.

Gewijzigde ruimtelijke toedelingen

Voor wat betreft de ruimtelijke toedeling van emissies zijn er ten opzichte van vorig jaar de volgende wijzigingen:

Arbeidsplaatsen

Het aantal voltijds arbeidsplaatsen wordt gebruikt als verdeelsleutel voor de emissies van bedrijven die niet vallen onder de verplichting van een Milieujaarverslag (niet ER-I bedrijven). Gegevens daarover zijn geactualiseerd naar 2017 op basis van de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) en het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Daarbij is de BAG gebruikt voor de bedrijfslocaties en het Handelsregister voor de aantallen arbeidsplaatsen per bedrijf.

Landbouw

De verdeling van emissies uit stallen en uit opslag van dierlijke mest is geactualiseerd op basis van de meest recente GIAB+ versie (Geografische Informatie Agrarische Bedrijven) uit 2017. Dit bestand wordt samengesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in samenwerking met Wageningen Environmental Research (Wer). Het bestand bevat de locatie van alle agrarische bedrijven in Nederland (met onderscheid naar hoofd- en nevenvestiging). De locatiegegevens zijn in overeenstemming met de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Bij de actualisatie gaat het om veranderingen in zowel locatie, staltype als het aantal dieren.

De verdeling van emissies door beweiding en het toepassen van dierlijke- en kunstmest is nu gebaseerd op het Initiator model. Initiator is de opvolger van MAMBO. In Initiator zijn de meest recente gegevens over de productie en de toepassing van de diverse mestsoorten verwerkt. Uitgangspunt hierbij is de verdeling van de mest op bedrijfsniveau, waarbij rekening wordt gehouden met de mestproductie, de mestafzet (ook buiten de Nederlandse landbouw) en de mestgebruiksruimte gegeven de geldende gebruiksnormen voor fosfor en stikstof.

Er zijn nieuwe verdelingen toegevoegd voor emissies door mestvergisting en het ver- danwel bewerken van mest. De locaties van de vergisters zijn afkomstig uit opgaven van RVO en de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Vooralsnog heeft ieder van deze locaties een gelijk aandeel in de emissie, dit vanwege het ontbreken van voldoende informatie over de geproduceerde hoeveelheid energie of de omgezette hoeveelheid mest. De verdeling voor mestbe- en verwerking is gebaseerd op de hoeveelheid geproduceerde mest per bedrijf. Dit geldt voor alle bedrijven die in de landbouwtelling de vraag over mestbe- en verwerkingstechnieken hebben ingevuld.

Voor uit- en afspoeling van stikstof en fosfor uit landbouw- en natuurbodems is er een nieuwe verdeling gebaseerd op de uitkomsten van het Landelijk Water Kwaliteitsmodel (LWKM). Dit model is de opvolger van MAMBO/STONE waarmee eerder gerekend werd. Voor de berekeningen met het LWKM is informatie over bodemtype, bodemchemie, (grond)waterhuishouding en bemesting geactualiseerd. Voor de bemesting is daarbij gebruik gemaakt van het Initiator model. Ook is de rekenresolutie verhoogd en zijn de deelmodellen vernieuwd. Initiator is de vervanger van MAMBO als model voor de nutriënten toevoer (bemesting). Uit- en afspoeling naar oppervlaktewater en ondiep grondwater wordt berekend door ANIMO, voor het diepere grondwater wordt MT3D gebruikt. Uitkomsten kunnen nu worden gepresenteerd voor 650 afzonderlijke ruimtelijke eenheden binnen Nederland, waar dit bij MAMBO/STONE nog beperkt was tot 300 eenheden.

Verkeer en vervoer

De verdeling van emissies door de binnenvaart is geactualiseerd met gegevens voor 2016 uit het BIVAS model (versie 4.3, Rijkswaterstaat). Uitgaande van gegevens over startplaats, eindbestemming, scheepstype en vaarwegkenmerk berekent BIVAS de intensiteit van de binnenvaart op de Nederlandse vaarwegen. Hieruit wordt per vaarwegvak, per jaar het energieverbruik en het aantal (ton)kilometers berekend, waarmee de emissies naar lucht respectievelijk water worden verdeeld.

Voor Schiphol is er nu een aparte verdeling beschikbaar gekomen voor de emissies van NOx en PM10. Dit betreft niet alleen het vluchtdeel van het vliegverkeer, maar ook het taxideel, het gebruik van hulpmotoren (APU), fijnstof door bandenslijtage en emissies door aggregaten (GPU) en platformverkeer.

Voor wegverkeer is de emissieverdeling geactualiseerd op basis van een nieuwe versie van het door DAT mobility ontwikkelde verkeersmodel. Met het Nationaal Wegenbestand (NWB) als onderliggend netwerk wordt door dit model een landsdekkend beeld van verkeersintensiteiten gegenereerd, waarop de toedeling van emissies gebaseerd wordt.

De verdeling van de emissies door zeescheepvaart en visserij is geactualiseerd voor 2017 op basis van gegevens van het MARIN, TNO, Wageningen Economic Research en Havenbedrijf Rotterdam. Het gaat hier om AIS data (snelheid en positie van schepen), emissiefactoren en scheepstypen (wijzigingen in de vlootsamenstelling van zowel zee- als vissersschepen). De gegevens hebben betrekking op het Nederlands Continentaal Plat en de Nederlandse havens. Voor visserij is ook het Waddengebied toegevoegd.

Terug

Gebruik van bedrijfsemissies

Waar mogelijk gebruikt de emissieregistratie de door bedrijven gerapporteerde emissies uit de zogenaamde Milieujaarverslagen (formele naam: integraal PRTR-verslag). Deze emissies zijn door het bevoegd gezag (provincies, waterschappen, gemeenten of rijkswaterstaat) geaccordeerd en worden ook doorgeleverd aan het Europese milieuregister E-PRTR. Maar er zijn ook andere bronnen gebruikt om de bedrijfsemissies in de emissieregistratie zo compleet mogelijk te maken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijke herkomst van de emissiecijfers op bedrijfsniveau:

  • Milieujaarverslag, geaccepteerd door het bevoegd gezag (MJV A)
  • Milieujaarverslag, versie nog niet gevalideerd door het bevoegd gezag (MJV N)
  • Milieujaarverslag maar aangepast door de emissieregistratie (MJV C)
  • Kopie van registratie voorafgaand jaar (ER K)
  • Schatting door de emissieregistratie (ER S)
  • CBS enquĂȘte, gemeten effluenten (RWZI) (CBS G)
  • Geschat door CBS (RWZI) (CBS S)
  • Geschat door Waterdienst/Deltares (RWZI) (WD S)
  • Milieujaarverslag (papier 1991-2002)
  • Inventarisatie emissieregistratie Individueel (1985-1998)(ERI)
  • CIW enquĂȘte (Commissie Integraal Waterbeheer) (1990-2006)(CIW)
  • WVO-info (1990-2006) (WVO)
  • Milieujaarverslag incorrect overgenomen in de emissieregistratie, correctie volgende versie
  • Milieujaarverslag intussen gewijzigd door bedrijf, wijziging wordt volgend jaar overgenomen in de ER

Voor het berekenen van nationale totaalemissies, wijkt de emissieregistratie soms af van de emissies zoals die door bedrijven worden gerapporteerd en door bevoegd gezagen worden vastgesteld. Hierdoor kunnen er verschillen voorkomen tussen de gerapporteerde/vastgestelde cijfers zoals die voor individuele bedrijven op de site worden getoond en de nationale totalen.

Terug

Verbeterpunten voor de volgende release

  • De samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende Stoffen in de ER-database is momenteel gebaseerd op de Zeer Zorgwekkende Stoffenlijst (ZZS-lijst) van 13-1-2017 (website Risico's van stoffen: www.rivm.nl/rvs). Inmiddels is de ZZS-lijst gewijzigd en er moet nog nagegaan worden of dit gevolgen heeft voor de samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende Stoffen in de ER-database.
Terug